Anabasis
.
De Anabasis of Tocht van Cyrus die ons thans bezig houdt, is vóór alles een verhaal van lotgevallen, die hij zelf heeft bijgewoond, en munt uit door de grootste nauwkeurigheid en uitvoerigheid in bijzonderheden. Waarschijnlijk ontstond zij uit korte aantekeningen, die Xenophon reeds gedurende den veldtocht maakte. Dit schoone werk schildert ons in zeven boeken, op eenvoudige doch te gelijkertijd levendige wijze, hoe 10000 Grieken met een laf barbarenleger tot in het hart van het groote rijk der Perzen doordringen, hoe zij bij Cunaxa honderduizend vijanden op de vlucht slaan, en hoe hunne aanvoerders, in de eerste plaats de dappere Clearchus, in de val gelokt en vermoord worden. Dan lezen wij hoe de jeugdige Xenophon, alleen vertrouwende op zijn rijp oordeel, zonder uitdrukkelijk daartoe verkozen te zijn, de leiding van den terugtocht op zich neemt. Men trekt over den Tigris, en de barbaren houden eindelijk op met hunne vervolgingen. Doch nu dreigen nieuwe gevaren: gebergten, bewoond door krijgshaftige stammen, vooral de dappere Carduchen, staan hun in de weg. Met het zwaard in de vuist, dikwijls ook met list, breekt men zich baan. Vermoeidheid, sneeuw, honger, aanval der vijanden vellen menigeen ter neder. Maar de meerderheid bereikt ongedeerd een berg, vanwaar men eindelijk de reddende Zwarte Zee in 't oog krijgt, en allen onder het luide geroep van Thalassa! - de zee! de zee! vreugdedronken elkaar in de armen vallen. Dan trekt men, deels te water, deels te land, langs de kust tot aan het Grieksche Byzantium.

Toen er in 403 v. Chr. een einde kwam aan de Peloponnesische oorlog, en Athene na een vernederend vredesakkoord ingenomen en bezet werd door de Spartanen, kwam er een Spartaans gezinde oligarchie aan de macht, de "Dertig", die een antidemocratisch schrikbewind voerden. Xenophon kreeg een baan als administratief medewerker. Het was ook in deze periode dat hij terechtkwam in de filosofische vrienden-leerlingenkring rond Socrates.

Rond de eeuwwisseling ondernam de Perzische prins Cyrus een poging tot staatsgreep om zijn broer koning Artaxerxes II van de troon te stoten. Tijdens de Peloponnesische oorlog had deze Cyrus de Spartanen financieel gesteund, en dus rekende hij voor zijn onderneming op een wederdienst vanwege Sparta. Ook een zekere Thebaan, Proxenus genaamd, nam deel aan deze Tocht van de tienduizend. Deze wist zijn vriend Xenophon er toe te overhalen om, na het herstel van de democratie, als "waarnemer" deel te nemen aan de expeditie. Dat gaf Xenophon de gelegenheid om voor enkele jaren uit Athene te verdwijnen en een reis te maken door het Perzische binnenland. De veldtocht is uiteindelijk op niets uitgedraaid. Nadat Cyrus in de strijd gesneuveld was, nam Xenophon op algemeen verzoek de leiding van de ver van huis aan hun lot overgelaten Griekse huurlingen op zich, en bracht hen na jarenlange omzwervingen behouden terug in Griekenland. De memoires van deze expeditie (401-399 v.C.) zou hij later neerschrijven in zijn beroemde boek "Anábasis".

In Athene had men Xenophons optreden met lede ogen aangezien: hij werd dan ook door een verbanningsdecreet getroffen. Maar dat bleek niets eens nodig: bij zijn terugkeer in Griekenland, besloot Xenophon, diep ontgoocheld door de gebeurtenissen tijdens zijn afwezigheid (o.a. het doodvonnis van Socrates en zijn eigen verbanning), voorgoed met zijn vaderstad te breken en liep over naar de Spartanen, die hem gastvrij onthaalden. Hij bracht het tot persoonlijke vriend en raadsman van koning Agesilaüs II, die hij op diens militaire campagnes begeleidde, en voor wie hij nog een lijkrede zou schrijven.


Charybdis - Anabasis