Jan van Schaffelaar
|
.Sprong van Jan van Schaffelaar (16 juli 1482) .
De door de Hoekse en Kabeljauwse twisten verscheurde vijftiende eeuw kende een laatste stuiptrekking in de Utrechtse oorlog. In deze burgeroorlog stond de Utrechtse bisschop David van Bourgondië tegenover de stadsbesturen van Utrecht en Amersfoort. Beslechting van persoonlijke vetes en het najagen van eigen belang stond daarin voorop. Een van de Kabeljauwse legeraanvoerders was de Gelderse edelman Jan van Schaffelaar. Deze historische figuur kreeg mythische proporties door zijn sprong van de kerktoren van Barneveld om zijn belegerde vrienden een vrije aftocht te bezorgen. Het standbeeld bij de Grote Kerk houdt de herinnering levend.De heldendaad van Jan van Schaffelaar had geen enkele strategische betekenis, maar vooral door de roman van J.F. Oltmans, 'De schaapherder', uit 1838 werd Van Schaffelaar een vaderlandse held. In de vijftiende-eeuwse 'Utrechtse kroniek' werd de sprong van Van Schaffelaar al vermeld, maar pas de achttiende-eeuwse geschiedschrijver Johan Wagenaar beschreef het incident in Barneveld als spectaculair, maar ook als toonbeeld van deugdzaam gedrag. In de hausse aan ridder- en roververhalen die zich omstreeks 1800 voordeed, met als hoogtepunt de ridderroman 'Ivanhoe' van Walter Scott, was het verhaal over Jan van Schaffelaar een dankbare Nederlandse pendant.
Op 16 juli 1482 trok een groepje gewapende ruiters op naar Barneveld, waar zij de kerk bezetten en zich verschansten in de dertiende-eeuwse toren. Daar werden ze belegerd door mannen uit Amersfoort en Nijkerk. De belegeraars slaagden erin bressen in de toren te schieten en enkele verdedigers te doden. De mannen op de toren zagen dat zij niet konden standhouden en wilden onderhandelen. Een van de voorwaarden van de belegeraars was dat zij Jan van Schaffelaar naar beneden zouden gooien. Op deze eis werd niet ingegaan. Maar toen nam Jan van Schaffelaar het woord: 'beste metgezellen, ik moet toch ooit eens sterven, ik wil jullie niet in de problemen brengen.' Vervolgens ging hij op de tinnen van de toren staan en met de handen in de zij sprong hij naar beneden. Hij overleefde zijn sprong, maar raakte zwaar gewond. De Amersfoorters hadden echter geen medelijden en sloegen hem alsnog dood.
Jan van Schaffelaar, geboren Jan van Domselaar, was een Kabeljauwse ruiteraanvoerder die aan zijn einde kwam nadat hij op 16 juli 1482 van de door Hoeken belegerde toren van Barneveld sprong. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd de Bisschop van Utrecht David van Bourgondië, bastaardzoon van Filips de Goede, uit Utrecht verjaagd door de Hoeken. Daarop werd de stad door Kabeljauwen belegerd om de Utrechtse bevolking uit te hongeren. Hertog Jan II van Kleef liet voedsel naar de stad brengen voor de inwoners, waarop de bisschoppelijke troepen trachtten deze transporten te onderscheppen. Onder hen was ruiteraanvoerder Van Schaffelaar, gelegerd op kasteel Rosendael te Rozendaal.
De Barneveldse kerk, met daarvoor het standbeeld van Jan van SchaffelaarVolgens een kroniek uit 1698 van de Utrechtse historicus Antonius Matthaeus werd op 16 juli 1482 de Barneveldse kerktoren ingenomen door Kabeljauwen, onder aanvoering van Van Schaffelaar. Hoekse soldaten belegerden de toren en beschoten deze met kanonnen. Zij gaven aan het aanbod tot overgave van de Kabeljauwen pas te zullen accepteren als Jan van Schaffelaar naar beneden zou worden geworpen. Toen de Kabeljauwen dat weigerden, sprak Van Schaffelaar: "Lieve gesellen, ic moet ummer sterven, ic en wil u in geenen last brenghen". Hij ging op de torentrans staan, zette zijn handen in zijn zij en sprong naar beneden. Hij overleefde de val, maar werd op de grond alsnog door de Hoeken gedood.Het verhaal van Jan van Schaffelaar is een inspiratiebron geweest voor verscheidene literaire werken, waarvan de romantische historische roman De Schaapherder (1838) van Jan Frederik Oltmans (1806-1854) waarschijnlijk de bekendste is. Ook Thea Beckman schrijft over hem in het boek "Hasse Simonsdochter". In dit boek redt Jan van Schaffelaar Hasse Simonsdochter als zij wordt aangevallen door een paar veedrijvers die het Kampereiland passeren. Van Schaffelaar zou daarbij één van de veedrijvers hebben gedood en daarvoor door de Kampenaren ter dood zijn veroordeeld. Hasse Simonsdochter verbad hem echter waardoor zij met elkaar moesten trouwen. In 1853 werd Kasteel de Schaffelaar naar Van Schaffelaar vernoemd, nadat er in de 16e eeuw op diezelfde plek reeds een ander huis 'De Schaffelaar' stond.
|
2A CHARYBDIS
|
2B GASTRAPHETES
|
|
![]() |
||
![]() |
||